Frankrijk

Paris

Frankrijk, Parijs -

L’église d’Auvers-sur-Oise, vue du chevet. 1890. Vincent Van Gogh. Nu weet ik het dus. Ontelbare keren heb ik als kind naar dit werk gekeken, zonder te weten wat of van wie het was. Een reproductie van het schilderij hing in de slaapkamer die ooit van mijn moeder was en die oma later gebruikte als logeerkamer. Het was het laatste was je zag vooraleer het nachtlampje onverbiddelijk plaats moest maken voor het spookachtige maanlicht door de donkerblauwe gordijnen. Jarenlang heeft dit beeld deel uitgemaakt van mijn kindertijd. Het is onlosmakelijk verbonden met herinneringen aan een lange tuin, heerlijke wafels en een bad gevuld met op de kolenkachel verwarmd regenwater. En nu, jaren en wafels later, kom ik geheel onverwacht oog in oog te staan met het originele doek. Hier in Parijs, in het prachtige Musée d’Orsay. Ik ben even terug bij oma thuis.

In de Rue Saint Dominique branden boven ons ontelbare witte lampjes, getuigen van een Kerst niet lang voorbij. Ook de sfeervolle neonreclames van de oude kroegen en restaurants dragen bij tot de idylle. Maar ze kunnen niet op tegen de reus die zich stukje bij beetje prijsgeeft. Na elke bocht van het straatje zie je meer en meer van de Eiffeltoren. Totdat je uiteindelijk op het grote plein komt te staan en nederig opkijkt naar deze mastodont. Wat een bouwwerk!

We beklimmen de steile straatjes en trappen doorheen Monmartre om te belanden bovenop de “butte” aan de bronzen poorten van de Sacré Coeur. We betreden de basiliek en komen terecht in wat heel goed zou kunnen doorgaan voor een openingsscène van een religieuze thriller, een soort Da Vince Code maar dan met boosaardige nonnen. Doorheen de hele kerk galmen de zware donkere tonen van het gezang van de zusters. Het licht is gedempt en de kaarsen maken grillige schaduwen in de duistere spelonken. Stilletjes schuifelen mensen rond het altaar en torenhoog boven ons in de donkerblauwe koepel spreidt een reusachtige Jezus zijn gouden armen. Hier worden duivels getemd, hier worden duistere plannen gesmeed. Het geheim blijft binnen de loodzware bronzen poorten en de diepe stemmen van het koor sleuren je mee in een trance. We glippen de zijdeur uit en ontsnappen aan een zekere dood. Tijd voor een verfrissing!

De terrasjes van Parijs worden lekker verwarmd. Daar moet je zijn. Je wilt de mensenstoet voorbij zien flaneren. Je wilt een sigaret bij je belachelijk dure wijn. Een biertje is iets goedkoper, maar gaat met 4 euro per glas ook al gauw doortellen. Lekker tafelen daarentegen hoeft niet duur te zijn. Best lekker. Een glimlach van de ober is niet inbegrepen in de prijs. En waarom ik steeds in het Engels wordt aangesproken nadat ik in keurig Frans heb besteld is me een raadsel. De globalisering allicht?

We kuieren langs de oevers van de Seine, passeren de Notre Dame met Quasimodo in gedachten. En dan is het tijd voor de moeder der musea, de tempel van de kunst, het Louvre. We gaan voor de Lage Landen en vinden parels van Vermeer en Rembrandt. We schrijden koninklijk door de inboedel van Napoleon en eindigen tenslotte daar waar het kennelijk allemaal om draait: La Giocanda, de Mona Lisa van da Vinci, de geheimzinnig glimlachende deerne wiens ogen je niet loslaten. Achter een afbakening van paaltjes en riemen, achter een houten ballustrade, achter kogelvrij glas onder het wakende oog van big brother hangt in een veel te grote zaal een nietig doekje verf. De ogen van de suppoost laten me niet los, maar haar glimlach is ver zoek. Tijd voor een verfrissing! We duiken heel even het nachtleven in aan de toog van een donkere jazzkroeg. Zes drankjes en 60 Euro later houden we het voor bekeken. De laatste metro willen we niet missen en een bruine kroeg is niet bruin zonder peuken.

Het leuke aan doelloos slenteren zijn de onverwachte pareltjes die op je pad komen. We wandelen van het Centre Pompidou langs mooie, onbetaalbare winkeltjes. Op de stoep staat een klein bordje met een pijl en een tekst. Iets over expo en recyclage. Wij naar binnen. Het is kunst uit recyclage. Houten beeldjes uit wrakhout, mooie vormen met plastic flacons. Ik koop een cataloog: een rechthoekig sardienenblikje met een lipje. Als ik het ooit openmaak zal ik kleine kaartjes vinden met daarop wat uitleg over de kunstenaar en een afbeelding van het kunstwerk. Ik laat het dicht. Ooit, vele jaren en wafels later, zal het een zoete herinnering aan de lichtstad worden.

Dit schreef Sarah op linkje

Crêpe Gigi

Frankrijk, Mont St.-Michel -

We zijn een dwerg tussen de reuzen. Zelfs met het opklapdakje uit, reiken we nog niet tot aan het trapje van de megacampers hier naast ons op de staanplaats in Dieppe. Stuk voor stuk logge, designloze leefcontainers op wielen. Met satellietschotel. De trotse mannelijke eigenaars gaan op en neer hun rondje langs de soortgenoten. Hebt u ook de Dump-a-Lump chemische toilet? De 30l of meteen maar de 50l? Zo wisselen ze alle weetjes uit over de nieuwste hoogtechnologische snufjes die deze reissport schijnt te vereisen. De vrouwen ondertussen, allemaal gekleed in lycra joggings, maken een ommetje met de hond. Er is een wet in de camperwereld: hoe groter de camper, hoe kleiner de hond. Ze passeren ons en knikken vriendelijk. Een uitwisseling van weetjes is duidelijk niet aan de orde. Onze lowtech microbus behoeft geen verdere uitleg. Wanneer we later langs de smalle bochtige weggetjes van het Normandische plattelandrondtoeren, ben ik maar wat blij dat het busje niet groter is. Het is krap met een tegenligger op de rijweg.

Als kind was ik ooit al in Normandië. Ik kon me nog de krijtrotsen van Etretat herinneren. En een dame die, op een bontjas na, poedelnaakt op het strand van het mondaine Deauville lag te zonnen in een ligstoel met naast zich een fles champagne en een man in driedelig pak, in die volgorde. Het strand ligt er dit keer verlaten bij. De wind glijdt langs het zand met in haar kielzog een sliert van korrels, een zwevend zandtapijt. Keesie kiest voor mij de de mooiste schelp.

Ik kon me ook het kerkhof herinneren waar de Amerikaanse soldaten begraven liggen. Ondertussen weet ik al iets meer over de oorlog, heb ik al de nodige oorlogsfilms en documentaires gezien en begrijp ik iets beter hoe het er toen aan toe moet zijn gegaan. De begraafplaats blijft toch indruk op me maken. Hier en daar lopen mensen tussen de kruisjes op zoek naar een ver familielid, de oorlogsheld. Dat ze er ooit in geslaagd zijn om al die lichamen te bergen, iedereen in de juiste put, moet op zich al een hele operatie geweest zijn. Als je de oorlogsfilms mag geloven, was het meer een hoop opgeblazen lichaamsdelen. Met de kunst maken ze er weer een romantisch heldendicht van. En ‘s avonds zorgt de horizon voor de nodige poëzie.

We reizen tot de grens met Bretagne en doen ook de Mont St.-Michel aan. De parking die nog open is, zal over enkele uren zijn opgeslokt door het zeewater. Morgen terugkomen is de boodschap. De rots is een toeristenmagneet. De winkels schreeuwen het uit met hun made-in-China-souvenirs. We volgen de kudde die leidt naar de abdij. Het is de moeite waard.

Wanneer we het natuurschoon achter ons moeten laten, de flessen Calvados en Bénédictine in de kofferbak, steken we nog één keer de beentjes onder tafel en bestellen aan het strand van Duinkerken wat ons de hele tocht al achtervolgt: Crêpe Gigi. Pannekoeken met vanilleijs, amandelschijfjes en karamelsaus. Een lekkere afsluiter van een Normandische tiendaagse per microbus.