Toerke

Even snel

Bayankhongor - 2008

We zijn even terug in de beschaafde wereld (nou ja, het is maar hoe je het bekijkt) en willen dan uiteraard andere dingen doen dan achter een trage pc zitten. We moeten naar de markt voor nieuwe mondvoorraad, we willen even shoppen en gaan uiteraard op zoek naar een restaurant met een koud pintje bij de maaltijd. Daarom even snel: het is hier nog steeds fantastisch mooi, wijds, en klimatologisch erg grillig. We zijn net de Gobi woestijn uit en rijden nu door groene valleien vol met wollige beestjes. De nomaden wonen nog steeds in hun ger (nu ook met zonnepaneel en satelliet) en het schijnbaar oneindige landschap leent zich nog steeds voor de meest absurde beelden. Erg mooi. Oh ja, we stellen het goed. Over and out.

Thomas, gelukkige verjaardag!

Dit schreef Sarah op 27 juni 2008 om 06:22 Reeds 3 reacties

Soepkieken met rijst

Ping'an - 2008

Op een paar uur rijden van Yangshuo ligt de Dragon Backbone, een zee van rijstterrassen die trapsgewijs, als de schubben op een drakenrug, vallei in en vallei uit de bergwanden vulllen. Momenteel is de rijst aan het groeien. Hier en daar wordt nog een terras omgeploegd met behulp van ossen. Heel sporadisch zie je een oud vrouwtje gebukt een terrasje oogsten, maar de grote oogst zal nog zo’n vier maanden op zich laten wachten. Na weken van (meestal) zon en hitte en net nu we een hele dag wandelen tussen de rijstterrassen en dorpjes, gaat het regenen. Niet zomaar een buitje, neen, de regen valt met bakken uit de hemel. Niet even, neen, de hele dag en nacht en ook de volgende dag. Mijn nieuwe bergschoenen houden een drietal uur stand. De rest van de wandeling wordt het tenen soppen in natte sokken. Het zijn dan ook geen plassen meer. Het pad lijkt wel een rivier geworden. Op de droge kamer, in de droge bagage liggen onze droge regenbroeken en regenjassen. Het was een verrassingsaanval. Met een lekke flinterdunne plastic poncho, haren die plakken op de wangen, kousen als theezakjes in een plas, ben ik net een soepkieken. Een soepkieken tussen de rijst. Heel af en toe, onder de beschermende paraplu van de gids, haal ik de camera uit de waterdichte tas om het landschap vast te leggen op de gevoelige plaat. Erg mooi, erg uniek en erg nat.

Drie dagen later, de schoenen zijn net droog, de Chinagids gaat per post huiswaarst, zijn we een laatste nacht in Beijing. Kees hangt voor de buis tot in de vroege uurtjes voor de live uitzending Oranje vs de Italianen. Een rij bierflesjes, een volle asbak en een 3-0 zege later, gaat het richting Ulaanbaatar, startpunt van een jeeptocht van vijftig dagen door het westen en zuidwesten van Mongolie. We bereiken de grenzen van WiFistan. Het internet gaat weer per modem en lekker traag. Tenminste, als de elektriciteit het doet. Je volgt ons wellicht niet meer op de voet. Denk maar: geen nieuws, goed nieuws.

Dit schreef Sarah op 14 juni 2008 om 04:11 Reeds 6 reacties

Eigenwijze reuzen

Yangshuo - 2008

Het karstgebergte rond Guilin had ik thuis al op vele plaatjes gezien. Het komt uitgebreid voor in alle Chinagidsen en vooral in de fotoboeken. Het landschap is namelijk heel apart. De bergen hebben bizarre contouren. Ze zijn erg smal en hoog en steken als kaboutermutsen uit de verder vrij platte horizon. Het lijken wel bergjes zoals een kind ze zou tekenen. Als in een sprookje. Het was helemaal een ‘he, daar heb je ze’ gevoel toen we met de taxi van Guilin naar Yangshuo reden. Ik heb geen idee hoe dit karstgebergte is ontstaan. Ik zal er vast wel eens iets over gaan lezen. De afgeronde steile hoopjes berg zijn erg fascinerend. Dat ze niet omvallen, ofzo.

Het boottochtje op de Li langs deze grappige reuzen is dan ook een ‘ooh aah’ moment in de reis. Je trekt al gauw zo’n vijf rolletjes film vol (lang leve de digitale fotografie) met steeds dezelfde beelden. Nog eentje dan, net even anders. Het landschap rond Yangshuo heeft vaak model gestaan. Je vindt de groene hoedjes terug op sigarettenpakjes, in logo’s allerhande en op het briefje van 20 yuan. Downtown Yangshuo zelf, ooit een hippie backpacker oase, is nu vergroeid tot een grote restobarwinkelstraat. Waar venters met fluitjes dag in dag uit de eerste tien valse noten van bekende melodietjes blazen op het traditionele instrument. Na honderd keer Frere Jacques en Amazing grace kan ik het folkloreding wel door ’s mans strot rammen. Verder zijn er de nodige Heineken logo’s (wanneer gaat Jupiler eindelijk eens de wereldmarkt veroveren?), gastronomie voor Westerse magen en traditioneel handwerk vervaardigd uit minder traditionele grondstoffen. Plastic, zeg maar. Maar goed, wereldbekende plekken worden over de hele wereld een beetje het slachtoffer van hun eigen succes. Dat is niet iets Chinees, dat is meer iets eigen aan de mens en het kapitaal. De groene reuzen maakt het niet uit. Die blijven eigenwijs en tijdloos mooi op de horizon flaneren. Onschendbaar puur natuur.

Dit schreef Sarah op 13 juni 2008 om 05:00 Reeds 4 reacties

De ronde van Dali

Dali - 2008

Gewoonlijk wordt er onderweg even een sanitaire stop voorzien aan een tankstation of een restaurantje. Op weg van Lijiang naar Dali stopt het busje aan een megahal waar achter glazen vitrines alle mogelijke (nep?)edelstenen worden uitgestald. Massa’s toerbussen, Chinezen netjes in rij achter de man met het vlaggenstokje, worden hier gedropt voor een unieke winkelervaring. Ik baan me een weg langs de jade, kristal en turkoois op zoek naar de zuiverste porselein van de plasbak. Het oude centrum van Dali wordt omwald door de antieke stadsmuren en poorten. Binnenin is het een bonte verzameling van souvenirwinkeltjes en Heineken logo’s. We huren twee mountainbikes en gaan op ontdekking buiten het stadje. Enkele kilometers buiten Dali ligt het Erhai Meer. Volgens de gids kan je een toertje maken rond het meer in een zestal uren. Aan de overkant van het meer zijn ook zat dorpjes die je per boot terug naar Dali brengen als je genoeg hebt van de trappers. We fietsen langs talloze rijstvelden door kleine, haast verlaten dorpjes. Om de punt van het meer te bereiken zijn we toch al een drietal uren aan het fietsen. De zadelpijn komt genadeloos opzetten. De zitjes van de mountainbike zijn bikkelhard en hels voor de ongeoefende bips. Ik schuif weer eens een paar centimeter de andere kant op, op zoek naar een nog ongeschonden stukje zitvlak. Het wordt duidelijk dat een rondje rond het meer in een dagtrip niet te verwezenlijken is. De weg wordt steeds hobbeliger en gaat al lang niet meer plat, zelfs niet meer vals plat. De zon brandt meedogenloos op het blanke vel en de rustpauzes volgen zichzelf steeds sneller op. En waar zijn die dorpjes met de bootjes die een overzet aanbieden? Een slimme visser biedt ons een overtocht aan voor 800 yuan (zo’n 80 euro). We grijnzen even en banen ons verder een weg langs de hel van het oosten. Nog een uurtje rijden en dan komt de redding van Wanse, zo denken we. Op het kaartje staan toch duidelijk enkele stippellijnen vanuit Wanse over het meer. Daar moet toch een bootje varen! Niet? Niet dus. Het is ondertussen vijf uur, we worden al zeven uur gemarteld door een skai billenplankje en zijn misschien slechts 60 kilometer gevorderd. De zon brandt zonder erbarmen op de ondertussen kreeftrode armen. Dit schiet niet op. De tuktukman even buiten Wanse heeft geluk vandaag. Hij brengt ons voor een stapeltje yuan naar Haidong, laat de enige ferry over het meer op ons wachten en verlost ons uit de hel van het oosten. Nog nooit gaf een Heineken logo me zoveel troost.

Dit schreef Sarah op 10 juni 2008 om 08:55

De tijgersprong

Lijiang - 2008

Midden in de rivier ligt een groot rotsblok. Hier sprong de tijger over de Yangtze. Hoog boven de oevers volgt een steil, kronkelend paadje, erg dicht bij de afgrond, de plooien van de ravijnberg. We zijn aan de Tiger Leaping Gorge, zo’n twee uur rijden van Lijiang. Mijn maag ligt in een kronkel en mijn darmen geven niet thuis. Niet echt een goede start voor een wandeltocht waarbij we op de eerste dag zes uren zullen moeten klimmen. De wolken beschermen ons tegen de brandende zon en achter elke bocht wacht een nog mooier vergezicht. Wanneer we aan het zwaarste stuk moeten beginnen, gooi ik echter de handdoek in de ring. Het protest van mijn ingewanden en de hitte van de zonnestralen die zich door het wolkendek wisten te priemen worden mij teveel. Gelukkig zijn er gidsen met paardjes, paardjes die mij en de rugzakken de berg opzeulen tot aan het einde van dit moeilijke stuk, de 26 bochten. Daarna wordt het iets makkelijker en het vooruitzicht van een frisse, welverdiende pint in de Halfway Lodge waar we zullen overnachten, pompt nieuwe moed in de beentjes. Het panorama vanop het balkon maakt alles goed en doet zelfs de hardnekkigste blein vergeten. Dag twee is een peulenschil vergeleken met het eerste traject. Af en toe wordt het wel spannend en een beetje eng wanneer een watervalletje over het pad gaat. Het smalle pad, het smalle gladde pad, het smalle gladde pad met niets dan afgrond naast me. Heel ver onder ons hoor je het aanhoudende geraas van de machtige Yangtze. Hoog boven ons zorgt de hemel voor een dramatisch lichtspel. Daar tussenin overmeesteren twee nietige stipjes in een reusachtige ravijn het pad waar eens de legendarische tijger een sprong over de gouden rivier waagde.

Dit schreef Sarah op 10 juni 2008 om 08:00 Reeds 2 reacties

Dongba en Disney

Lijiang - 2008

Het stukje georganiseerd reizen is begonnen. Geen gezoek naar de juiste bus, geen gevlucht van zwarte taxi’s, geen gestamel met het Mandarijn woordenboekje in de hand. Lekker makkelijk. Een bordje met onze namen, een transfer naar het hotel. Lijiang noemt men ook wel het lampionnenstadje. Overal hangen er rode lampionnetjes die het stadje baden in een sfeer van kitscherige romantiek. De diensters zijn gekleed in de traditionele kledij van de plaatselijke minoriteiten. Het dorpje is een grote souvenirwinkel. In de zijstraatjes kom je heel sporadisch nog iets tegen van het echte leven, verder is dit gewoon Disneyland. In de luidruchtige barstraat dansen tot een stuk in de nacht de minoriteiten, wederom in vol ornaat, hun traditionele volksdansen op een housebeat. Kan het nog gekker?

Lijiang heeft gelukkig meer te bieden dan het vernieuwde “oude” centrum. Onze gids Joey komt ons ophalen om te gaan fietsen naar Baisha. Een gladde asfaltbaan verbindt Lijiang met de omliggende dorpjes. Het is een makkelijk tochtje langs de velden, het het vee en de boeren. De Naxi muzikanten nodigen ons uit voor de verplichte jamsessie op de traditionele instrumenten, oude mannetjes zitten gehurkt rond het mahjongspel, kinderen roepen ‘hello’ en vinden het hilarisch wanneer we antwoorden met ‘nihao’.

In het dorp woont de beroemde dokter Ho. Er werd ooit een alinea over hem geschreven in de Lonely Planet en sindsdien is het hek van de dam. Steeds meer reizigers gingen even bij hem langs. Ook Michael Palin en andere documentairemakers brachten verslag uit van de wonderdokter uit de Himalaya. Het kabinet van dokter Ho ligt bezaaid met stapels artikels over hem en naamkaartjes van bekende en minder bekende buitenlanders. Hij teert nog steeds op die roem al is het mij niet echt duidelijk waarin hij dan zou uitblinken. In een aanpalend kamertje vol emmers met poedertjes vult hij een papieren zakje met ‘healthy tea’ en vol trots overhandigt hij ons het mirakel der traditionele geneeskunde. Je mag geven wat je wilt en onze gids vertelt ons dat sommige toeristen wel 100 yuan neertellen voor de poederthee. Bij de apotheek om de hoek vind je het goedje voor 5 yuan. Het dorp kijkt duidelijk anders naar dokter Ho. Niemand gaat bij hem op consult. Ze vinden hem een erg gekwiekste zakenman, dat wel.

Terug in Lijiang parkeren we de fietsen bij het dongba museum. De dongba zijn de priesters of wijzen in de religie van de plaatselijke Naxi minderheid. Ik herken veel elementen uit de Tibetaanse Bon cultuur en het sjamanisme. Veel kleurige maskers en dierensymbolen. In het museum wordt uitgestald wat kon gered worden uit de klauwen van de Culturele Revolutie. Ik koop een woordenboekje met vertalingen van de dongba hierogliefen. Niet dat het ooit van pas zal komen. Er rest nog slechts een vijftigtal dongba priesters. Maar het is een prettig tijdverdrijf om te neuzen in de tekens en symbolen van een eeuwenoude cultuur, hier op het terrasje met een frisse Budweiser in Disneyland.

Dit schreef Sarah op 6 juni 2008 om 06:09 Reeds 2 reacties

Plastic zeiltjes en panda’s

Chengdu - 2008

Op het vliegtuig zitten een aantal reddingswerkers en een groepje vrijwilligers - rugzak en wandelschoenen net uit de verpakking. Op de wegen vanuit Chengdu zien we af en toe een konvooi trucks met goederen voor het rampgebied. Doorheen de stad zie je hier en daar, vooral in wijken met oudere gebouwen, tentenkampen. De meeste tenten zijn ondertussen weer geruild voor de huiskamer, maar hier en daar volharden er nog enkelen in het veiligere onderkomen van een plastic zeiltje. Er verschijnen nog af en toe berichten over dreigende naschokken, maar in de stad voel je niets van onrust of paniek. Alles gaat weer zijn gewone gangetje, zo lijkt het wel. De shoppingcentra worden druk bezocht, de ochtendspits is weer even chaotisch en de scholen stomen de studenten klaar voor het nakende nationale examen. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 1 juni 2008 om 12:17

Drakenboten in Wifistan

Sjanghai - 2008

Sjanghai. Het klinkt exotisch en het roept bij mij beelden op van drakenboten, opiumtenten, lichte zeden en zware shag. Je hoort het vaak in teksten van doorrookte blueszangers en melo-verhalen van whiskyzuipende zeelieden. Nu we onze reisroute een beetje met de natte vinger bijsturen en zonder plan of gids ronddolen op de Chinese landkaart, komt Sjanghai plots opduiken. Beroemde havensteden zijn doorgaans boeiend, internationaal gericht en … misschien spreekt er wel iemand een woordje Engels? Lees verder…

Dit schreef Sarah op 30 mei 2008 om 10:27 Reeds 1 reactie

Wuyishan

Wuyishan - 2008

We stappen het luchthaventje uit en de jacht is geopend. Een vijftal taxichauffeurs komt zwaaien met brochures van hotels, alleen de plaatjes zijn in het Engels. Ze willen ons allemaal meenemen en kunnen zo waarschijnlijk een of andere commissie opstrijken. Ik had uit de geleende oude gids een paar adresjes van budgetbedden opgeschreven maar die hadden geen van alle een online reservatiesysteem. Ik dacht dat we er ter plekke wel eentje zouden uitkiezen. Zo werkt dat dus niet. Wanneer ik de naam van het dorpje Wuyigong vernoem krijg ik in gebarentaal de boodschap dat het gesloten is. Wat, het hele dorp gesloten?! Ik noem de naam van een van de guesthouses en dat zou dan alleen maar een restaurant zijn. Maar dat ligt dan wel in Wuyigong, wat dan plots weer open zou zijn. Het is enorm verwarrend allemaal en vooral frustrerend. Je weet dat zij jou naar het hotel van hun keuze willen brengen en dat is op zich ook prima, alleen kan je niet door de taalbarriere heen om een prijs af te spreken of een adres te weten te komen. Gewone cijfertjes of het universele KM voor kilometer op een papiertje doet grote ogen opentrekken. Wat zouden wij toch kunnen bedoelen?? Ze spelen het spel zo goed, de haviken met de eeuwige glimlach. Uiteindelijk neemt een taxivrouwtje ons op sleeptouw. Die is snugger en belt gelijk iemand op die een beetje Engels spreekt. ‘Mijn tante heeft een hotel het kost slechts 300 RMB’… blablabla. Je weet dat je genaaid wordt, maar er is niet echt een alternatief. Je hebt geen idee hoever je verwijderd bent van alles, of zelfs waar je eigenlijk bent. In het hotel spreken ze ook geen woord Engels, maar het is uiteindelijk wel een prima kamer. ’s Ochtends staat ons taxivrouwtje al in de lobby. Die werd misschien wel verwittigd wanneer we wakker waren. Ik wijs op een Chinees mapje naar wat volgens mij de hoofdingang van het natuurpark is, maar daar wil ze duidelijk niet heen. Daar kan ze aan ons niet veel verdienen. Wat zij in gedachten heeft is ons een hele dag rondrijden naar plekken in het natuurgebied en ons naar restaurants brengen waar zij in ruil voor de vangst gratis mag eten. En zo gebeurt het ook. Nog enkele uren lopen we een beetje te grommen, maar daarna geven we ons over. Het wordt al snel duidelijk dat we plekken zien waar we anders helemaal niet zouden geraken. Er rijden geen bussen, een fiets kan je niet huren en liften is een beetje moeilijk als je zelf niet eens weet waar je bent en mijn Chinees amper volstaat om ‘hallo’, ‘dank u’, ‘ik woon in Antwerpen’ en ‘toilet’ te zeggen. Veel mensen verplaatsen zich hier met brommertjes en die hebben meestal geen plaats voor een passagier. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 25 mei 2008 om 08:14 Reeds 3 reacties

De zeespiegel, zonder paardjes

Xiamen - 2008

Het wordt steeds duidelijker dat we de uitgestelde reisplannen voor Noord-Sichuan maar voorgoed moeten opbergen. Waar er eerst slechts mondjesmaat informatie over de aardbeving binnensijpelde, word ik nu bijna apatisch door de alles overwoekerende media-aandacht voor de ramp. Alle zenders brengen bijna uitsluitend nieuws over de laatste ontwikkelingen in de verwoeste regio. Tot in den treure toe worden dezelfde beelden herhaald: de premier -opa Wen- die met opgeheven vuist het volk moed inspreekt, het kind met de teruggevonden schooltas, de wroetende groep reddingswerkers die er allemaal willen bijzijn wanneer er weer een nieuw slachtoffer vanonder het puin wordt gehaald, de massale geldinzamelingen, de innige deelnemingen van de bevriende naties, de moeizame evacuaties uit de afgelegen dorpjes, de waterflesjes gedropt uit een helikopter, het licht aan het einde van de tunnel. Er werd een erg dramatische clip gemaakt voor de intro, inclusief herkenningsmelodie. Het doet op een of andere manier erg Amerikaans aan. Hoe de reddingswerkers worden geportreteerd doet me erg denken aan de beeldvorming rond de brandweerlui van 9/11. Met het grote verschil dat er hier steeds een stelletje hoge pieten wordt bijgehaald die het verhaal mogen doen en met het wijsvingertje commando’s geven terwijl de helden er als makke schaapjes ja-knikkend bijstaan. “We gaan eerst alle mensen redden!!!”, zegt de commandant tegen een lange rij soldaten. En hij rammelt het partijnoodplan naadloos af. Ik zou zeggen, laat die mannen ondertussen misschien mensen redden?? Neen, bij alles hoort een protocol en het vertoon van het daadkrachtige beleid van de partij. Maar het moet gezegd, hier zijn de nieuwe helden van het moederland in de maak. Talloze gebouwen staan op instorten, het regent naschokken en toch gaan zij gewapend met niets dan een helmpje en een stevige gymschoen het puin in op zoek naar overlevenden. Wij moeten, gelukkig, alleen maar op zoek naar een nieuwe bestemming. Lees verder…

Dit schreef Sarah op 24 mei 2008 om 06:06 Reeds 2 reacties

Hier zijn we

Waar?

Waar nog meer?

Laatste Reacties

  • Sarah: Even rechtgezet: 1904. Ga nu nog op zoek naar het bolletje boven de A.
  • thomas: Ja, Saartje, je hebt het weer voor mekaar gekregen! Het is toch mooier met de...
  • Irma Buys: Dag Sarah en Thomas, Proficiat van de mooie en veelbetekende reis, je kan...
  • Miemie: Ut leest weer lekker weg…een prachtverhaal..!!

Oh ja...