Het wordt steeds duidelijker dat we de uitgestelde reisplannen voor Noord-Sichuan maar voorgoed moeten opbergen. Waar er eerst slechts mondjesmaat informatie over de aardbeving binnensijpelde, word ik nu bijna apatisch door de alles overwoekerende media-aandacht voor de ramp. Alle zenders brengen bijna uitsluitend nieuws over de laatste ontwikkelingen in de verwoeste regio. Tot in den treure toe worden dezelfde beelden herhaald: de premier -opa Wen- die met opgeheven vuist het volk moed inspreekt, het kind met de teruggevonden schooltas, de wroetende groep reddingswerkers die er allemaal willen bijzijn wanneer er weer een nieuw slachtoffer vanonder het puin wordt gehaald, de massale geldinzamelingen, de innige deelnemingen van de bevriende naties, de moeizame evacuaties uit de afgelegen dorpjes, de waterflesjes gedropt uit een helikopter, het licht aan het einde van de tunnel. Er werd een erg dramatische clip gemaakt voor de intro, inclusief herkenningsmelodie. Het doet op een of andere manier erg Amerikaans aan. Hoe de reddingswerkers worden geportreteerd doet me erg denken aan de beeldvorming rond de brandweerlui van 9/11. Met het grote verschil dat er hier steeds een stelletje hoge pieten wordt bijgehaald die het verhaal mogen doen en met het wijsvingertje commando’s geven terwijl de helden er als makke schaapjes ja-knikkend bijstaan. “We gaan eerst alle mensen redden!!!”, zegt de commandant tegen een lange rij soldaten. En hij rammelt het partijnoodplan naadloos af. Ik zou zeggen, laat die mannen ondertussen misschien mensen redden?? Neen, bij alles hoort een protocol en het vertoon van het daadkrachtige beleid van de partij. Maar het moet gezegd, hier zijn de nieuwe helden van het moederland in de maak. Talloze gebouwen staan op instorten, het regent naschokken en toch gaan zij gewapend met niets dan een helmpje en een stevige gymschoen het puin in op zoek naar overlevenden. Wij moeten, gelukkig, alleen maar op zoek naar een nieuwe bestemming. Lees verder…
Mijn hoofd voelde erg suf. Vierentwintig uur eerder hoorde ik mijn voordeur in het slot vallen. Toen stond ik hier: met een hoofd als een suikerspinm na een slapeloze nacht, drie films achter de kiezen op een veel te lange vlucht, hier in deze gloednieuwe en muisstille aankomsthal van terminal 3 Beijing luchthaven. Het heeft iets surrealistisch. Volgens mijn gidsje uit 2008 is deze plek nog in aanbouw. Het wordt een van de vele anachronismen op de plattegrond. De kaartenmakers kunnen de bouwmeesters niet bijbenen. Lees verder…
Ik ben net thuis van mijn laatste werkdag en ik ga mijn vakantie inzetten op een hopelijk droge Groenplaats waar Les Offs het Amnesty International festival Recht Tegen Onrecht opent. Naast me ligt een mapje “Af te werken” (voor de Acertianen onder jullie, lees: Todos) en dat mapje moet nog leeg voor we het vliegtuig in stappen. Belastingaangifte invullen, administratie voor de vakbond, een factuurtje hier en daar, een lijstje Chinese woorden voor het geheugen, op te souperen maaltijdcheques, belangrijke telefoonnummers en een tegoedbon “Gobi met stokjes”, goed voor 3 maanden reisplezier, te gebruiken vanaf 11 mei en tenminste houdbaar tot 5 augustus.
We komen er niet in. Na de rellen in Tibet gingen de deuren dicht. Even was er nog sprake van op 1 mei de grens weer open te stellen. Heel veel Chinezen hebben namelijk die week vrij. Er komt dan een gigantische toeristenstroom van consumerende middenklassers op gang. Ook richting Tibet, dat jaarlijks toch zo’n 5 miljoen reizigers herbergt. Even leek het er dus op dat we konden doorgaan met Plan A. Enkele dagen geleden kwam echter de bevestiging uit Lhasa dat we onze reisplannen zullen moeten herzien. De grens blijft dicht.
De rellen zijn nog niet volledig doodgeknuppeld en De Vlam moet half juni nog naar het dak van de wereld. Er moeten ook nog wat hoogwaardigheidsbekleders een olympisch toneeltje opvoeren. Kortom, even niet storen nu. Gisteren schreef De Standaard (doorgaans een vrij betrouwbare bron) dat ruim tienduizend buitenlandse studenten aan Chinese universiteiten in juli en augustus het gastland uit moeten. Ook als ze zijn ingeschreven voor het volgende schooljaar moeten ze toch even gezamenlijk oprotten. Ik kan nog uren doordraven over alle maatregelen die nu genomen worden om het sprookje tot een goed einde te brengen, maar dat brengt me te ver weg van Plan B. Lees verder…
Dat ik terug op stap zou gaan stond buiten kijf. Daarvoor heb ik ook een vaste baan laten schieten. Ik heb even geflirt met de idee van een roadtrip door Australië, een trektocht door Nieuw-Zeeland of een culturele verkenning van Indonesië, maar uiteindelijk heeft de zoete nasmaak van Mongolië mij doen hunkeren naar meer. In die quasi oneindig uitgestrekte steppe en het desolate woestijnlandschap van het schaars bevolkte land van nomaden voelde ik me verbonden, verbonden met de aarde onder mijn voeten en de lucht boven mijn hoofd. Daar kon ik gelukkig zijn met alles zoals het is, al heeft dat voor mij meer te maken met het onderweg zijn, waar dan ook. Het wordt dus Mongolië.
Het is van oktober 2005 geleden dat ik het Dickey Weeshuis in Lhasa, Tibet binnen stapte. Ik kwam, ik zag en ik gaf me over. Ik stapte er buiten met de belofte iets te doen om te helpen. Sindsdien is er een website, werden er verschillende benefietacties georganiseerd en wordt er regelmatig over en weer gemaild met het weeshuis. Ik vraag me af hoe het me ze gaat, of de centen in de juiste handen terechtkomen en goed worden beheerd. Daarom moet ook Lhasa in het reisplan worden opgenomen. En dan komt al gauw China op de proppen, want hoe geraak je anders in Tibet zonder dure pakketreis? En waarom dan niet een stukje China verkennen wanneer ik Tibet weer buiten moet?
Mijn reiservaring met China is een hectische aaneensluiting van citytrips en dagenlange treinreizen. Ik nam vooral de vervuiling, de wreedheid van de Grote Sprong Voorwaarts en de allesvertrappelende Glorieuze Eenmaking van het Moederland mee in mijn herinnering. Ik ging nooit naar het platteland, zag nooit de zon ondergaan bij gigantische rijstterrassen en voer nooit langs de karstbergen. China verdient een tweede kans. Ik ga fietsen langs een meer, paardrijden naar een gletsjer, wandelen door een ravijn en thee drinken in de dorpjes. En in Beijing ga ik de pre-Olympische koorts meemaken. Er mag niet meer gespuwd worden, de afval moet in de vuilnisbak en elke 11e van de maand repeteren ze Aanschuifdag. Dan moet je bij de bushalte, het treinstation of het loket aanschuiven in de rij en netjes je beurt afwachten. Geloof me, dit is doorgaans niet de normale gang van zaken daar.
Met een beetje geluk vertrek ik op Aanschuifdag in juni vanuit het Beijing treinstation naar Ulaanbaatar, de hoofdstad van Mongolië. En daar houdt het plannen op. Dan laat ik mijn agenda los, stap ik in de jeep en word ik de verwesterde nomade. Er staat dan nog één afspraak in mijn boekje: “1 augustus 2008, Altai-gebergte. Totale zonsverduistering. Memo: eclipsbril”.
We zijn net terug van een bezoekje aan het Vakantiesalon in de Expo van Antwerpen. Griekenland was het gastland. Daar heb ik niet veel van gemerkt. Geen ouzo of souflaki te bespeuren. Verder wel alle mogelijke lekker-samen-gezellig-bij-ons-op-de-camping standhouders. Niets voor ons dus. Ik vond wel enkele interessante brochures, met vooral veel mooie foto’s, van natuurparken in Slovenië, Aragon (Spanje) en de Picos de Europa. Genoeg food for thought voor de volgende campertrips. Bij boekhandel Nomade vonden we gedetailleerde kaarten van Tibet en Mongolië. Die zullen sneller van pas komen. Zondag 11 mei brengt British Airways ons naar Beijing. Woensdag 6 augustus vliegen we terug naar Brussel. Ruim de tijd om het Dickey Weeshuis te bezoeken in Tibet, de Chinese Yunnan provincie te verkennen, het karstgebergte rond Guilin te bewonderen en twee maanden rond te hobbelen in het Mongoolse Altai gebergte. Als het even meezit hebben we nog een zonne-eclips als afsluiter. U leest het goed: de poekies hebben weer grootse plannen! Je volgt het straks allemaal hier op Toerke, nu met vernieuwde gedetailleerde kaarten (courtesy of Meijer Maps) en handige links naar plaatsen of landen.
L’église d’Auvers-sur-Oise, vue du chevet. 1890. Vincent Van Gogh. Nu weet ik het dus. Ontelbare keren heb ik als kind naar dit werk gekeken, zonder te weten wat of van wie het was. Een reproductie van het schilderij hing in de slaapkamer die ooit van mijn moeder was en die oma later gebruikte als logeerkamer. Het was het laatste was je zag vooraleer het nachtlampje onverbiddelijk plaats moest maken voor het spookachtige maanlicht door de donkerblauwe gordijnen. Jarenlang heeft dit beeld deel uitgemaakt van mijn kindertijd. Het is onlosmakelijk verbonden met herinneringen aan een lange tuin, heerlijke wafels en een bad gevuld met op de kolenkachel verwarmd regenwater. En nu, jaren en wafels later, kom ik geheel onverwacht oog in oog te staan met het originele doek. Hier in Parijs, in het prachtige Musée d’Orsay. Ik ben even terug bij oma thuis. Lees verder…
Er was iets mis met Duitsland. Ik ging als kind met de camper de
mooiste landschappen door. Frankrijk, Nederland, Luxemburg. Maar nooit
naar Duitsland. Er werd over Duitsers gepraat alsof het nog een beetje
oorlog was. Alsof ze allemaal een beetje schuldig waren aan de dood van
opa. Er was duidelijk iets mis met Duitsland. Het heeft moeten duren
tot november van dit jaar dat ik er, ondertussen met een eigen
campertje, op ontdekking ging. De atlas valt open op de Moezel.
De bladeren vallen in de mooiste kleuren van de bomen. Ik vind de
herfst meestal maar nat en grijs. Dat komt omdat ik in een stad woon.
De herfst in een bos daarentegen, geeft een prachtig kleurenpalet. Het is een beetje mistig. De rotsen doemen op in de meest grillige formaties. We kruipen door de Duivelskloof in het bos rond Irrel, slurpen hete choco en rapen oranje bladeren voor een plakboek wat er nooit van komt.
In Trier wil ik perse naar de dom.
Ik heb iets met kerken, maar niets met religie. Ik hou van de stilte
die er heerst, de kaarsjes, de lichtinval. Een mentaal wellnesscentrum.
Zoiets. De bloedende Christus en zijn eeuwig jankende moeder moet je er
dan maar bijnemen. Wat is het eigenlijk allemaal schijnheilig. Wat een
bloed, zweet en tranen werden er toch in deze bouwsels gestopt om iets
te eren wat binnenin al lang zoek was. Een beginnend protest wordt in
de kiem gesmoord met glaasjes Riesling en een knapperige worst aan een
kraampje op het plein. Moderne winkels in oude vakwerkhuizen. Het Hans
und Gretel gevoel komt opzetten. Gotische letters sieren de etalages en
hangborden. Je stapt terug in een tijd van koetsen.
We rijden langs de Moezel
die zich in duizend bochten wringt omgeven door steile hellingen vol
wijngaarden. De oogst is al binnen, maar de heuvels staan er nog groen
bij. Heel mooi allemaal en erg mistig. Elk dorpje heeft wel een
Wohnmobilstellplatz aan de oever van de rivier. Even een paar
Euromarken geven aan de Frau in het straatje om de hoek en je kan er
overnachten. We zijn nog maar eens de kleinste camper van de kudde.
Zonder schotelantenne.
In Bernkastel-Kues stap je net een sprookje binnen. Vakwerkhuisjes tieren welig. Sommige groot en statig, andere als voor een dwerg.
Het heeft wel een erg groot knusheidsgehalte allemaal. De gebroeders
Grimm hebben hier een kluif aan. We doen ons tegoed aan nog meer
Riesling en de obligate schnitzel en dan gaat het terug richting
thuisfront. Er is niets mis met Duitsland. En opa? Dat was de oorlog en
die is overal even ziek.
We waren laatst weer eens naar onze verre zuiderburen. Eigenlijk bijna
onze Afrikaanse neefjes want zwem je een rots verder, dan zit je in
Marokko. Niet dat er daar veel gezwommen wordt. De oversteek gebeurt
eerder in obscure lekke sloepen of zelfgemaakte badkuipen door een
radeloze groep vluchtelingen op weg naar Fort Europa. Dit even
terzijde. Onze overtocht was iets minder roekeloos. De
vliegtuigwieltjes raken de tarmac en je ziet de hitte al sidderen boven
de horizonlijn. Eens buiten met pak en zak slaat de zonnehitte je in
het gezicht. Het is hier warm, erg warm. Welkom in Malaga, Andalucia.
Land van de flamenco,
de sherry, de paarden en de tapa’s.
Ik was weer eens toe aan een streepje zon en een hoekje strand. Het toeval wilt dat mijn vriendin Shams in Hurghada een bed & breakfast runt. Ik dus richting Egypte. Ik was voordien al één keer in Afrika, maar die uitstap heeft zich -schandalig genoeg- volledig afgespeeld binnen de muren van een Tunesisch all-in complex. Dat zou ik nu wel eens anders doen! Shams is de ultieme multitasker. Naast de bed & breakfast runnen, is ze ook reisleidster, lerares Nederlands en autosjacheraar. Een uitstap naar de culturele schatten van Egypte zat er dus zeker in… en kondigde zich zeer snel aan. Ik landde in Hurghada rond tien uur ‘s avonds en de bus naar Luxor zou om vier uur ‘s ochtends al vertrekken. Dat is ook het uur dat de loeiharde luidsprekers van de minaretten het ochtendgebed aankondigen. Een klagerig gezang vult de straten.
In november 1997 pleegde een stelletje moslimfundamentalisten een terroristische aanslag aan de . Er vielen 62 doden. Het toerisme in Egypte kende een historisch dieptepunt en om het tij te keren werden konvooien georganiseerd. De bussen naar eenzelfde bestemming komen bijeen op een grote parking en rijden vanaf daar in konvooi naar de toeristische trekpleisters. Voor- en achteraan rijden politiewagens en onderweg worden de zijwegen afgesloten voor alle verkeer. Omdat het een veiligere, maar ook een snellere manier van transport is gebleken, werd deze methode aangehouden, ook in tijden van verminderde terroristische dreiging. Je komt dus met zo’n 80 – in het hoogseizoen 200- bussen tegelijk aan de site aan. Door de plaatselijke autoriteiten wordt besloten wie eerst waar naartoe gaat. Op die manier zit je nooit opgezadeld met te grote concentraties bezoekers op één plek. Het doet allemaal een beetje raar aan, maar eigenlijk is het wel praktisch.
Het verbaast me hoe goed de monumenten bewaard zijn gebleven. De tempel van Amon in Karnak is zo goed als intact, op het dak na. Ook de hiërogliefen en steenkunst hebben de tand des tijds goed doorstaan. Ik daarentegen smelt als sneeuw voor de zon. Ik ben ondertussen al toe aan mijn derde liter water en ga puffend op zoek naar een centimeter schaduw. De zon is onverbiddelijk. Wanneer we rond het middaguur de Vallei der Koningen binnenrijden staat het kwik op 57°C. Een hoofddoek is dan geen overbodige luxe. Het is in deze vallei dat Howard Carter – eerder toevallig – de graftombe van Toetanchamon, Egypte’s beroemdste farao, gevonden heeft. Omdat de pyramiden bij Caïro werden geplunderd door grafrovers, werd besloten om de farao’s een laatste rustplaats te geven in ondergrondse graftombes in de woestijn. Ze zouden meer gecamoufleerd zijn. Helaas werden ook hier vele schatten weggekaapt. Een smalle steile trap naar beneden brengt je in de grafkamer. Prachtige hiërogliefen en muurschilderingen sieren de muren en plafonds. Een gigantische sarcofaag beeldt de farao uit die vredig met gekruiste armen, de levenssleutel in de handen, zijn overtocht naar het hiernamaals afwacht. Mijn overtocht is iets minder spectaculair. Met een sierlijk bootje steken we de Nijl over in Luxor.
Shams woont in het oude deel van Hurghada. Waar de hotelcomplexen niet overheersend zijn, waar ook nog Egyptenaren wonen, waar het nog gezellig kuieren is in de winkelstraatjes en de souk. Omdat zij ondertussen toch al een jaartje in Hurghada woont, spreekt Shams al een aardig mondje Arabisch. Dat komt goed van pas bij het winkelen. We worden niet aangeklampt bij de souvenirwinkels, laten de astronomische bedragen met een grijnslach de revue passeren en komen thuis met drie dagen eten en drinken voor 12 Euro. Geniaal!
Op vrijdag trekken we per jeep de woestijn in, bij de Red Sea Mountains. Het reisbureau heeft hier telescopen geplaatst. Om het kwetsbare materiaal niet steeds af- en aan te voeren, blijft het op deze plek. Daarom werd een groep Bedoeïners gevraagd of ze hier een nederzetting wilden starten. Als een soort expo-dorpje ben je getuige van het traditionele broodbakken. Je krijgt een rondleiding door de apotheek die met behulp van de natuurlijke rijkdommen van de woestijn een arsenaal aan medicijnen levert. Ook wordt er een ritje op de kameel aangeboden. De dag loopt langzaam op z’n einde en de bergen geven een prachtig kleurenpalet prijs in het licht van de ondergaande zon. Ook na de zonsondergang blijft er een mysterieus licht hangen in de woestijnvallei. De telescopen worden opgesteld. We kijken naar de ringen van Saturnus, de rood-blauwe nevel rond een ster, de heldere sterrenbeelden… ik word er stil van. En dan is de maan aan de beurt en word ik stiller dan stil…