Route 666

Laos, Vieng Kham -

- We hebben wel geluk gehad, he? Slechts drie lekke banden. Trouwens, die laatste was vlakbij een garage, dus dat kwam goed uit. - Ja, en die eerste konden we de brommer op een dok-dok laden. Dat viel dus ook goed mee. - Ja, we hebben geluk gehad. Die blauwe plek daar zie ik over enkele weken niets meer van. - Wat was dat ook alweer? - Nou, ik slipte in het zand. De brommer ging aan het tollen en toen ramde de voetsteun mijn kuit. Had veel erger kunnen zijn, hoor. Stel je voor, zoek daar maar eens een dokter. Daar was helemaal niets. F*cking middle of nowhere! Hoe gaat het trouwens met je knie? - Oh, die is ontsmet. Dat komt wel goed. Had veel erger kunnen zijn. Levensgevaarlijk, zo’n brommer die zomaar in stuurslot gaat. Dat wil je echt niet meemaken in een bocht. Maar goed dat het ding er helemaal uitgerammeld is. - Ja. Beter zo. De kickstart is eigenlijk genoeg. Meer heb je niet nodig. Wel grappig eigenlijk, die sticker op de flank “electronic starter”. - Ja! Slaat helemaal nergens op. Zeg, doen we nog een biertje Lao? - Mmm lekker. Mijn tanden knarsen nog van het stof. Ik ga, denk ik, die jeans van mij gewoon dumpen, hoor. Die komt nooit meer proper. En moet je die botten zien! - Straks lekker douchen. - Mmm. Doen we eerst nog een Lao? - Goed plan! Was wel een leuke rit, he? - Lachen, yoh!

Route Tha Khaek – Nakai – Lak Sao – Ban Na Hin – Kong Lo – Vieng Kham – Tha Khaek. A.k.a. “The Loop” (circa 350 km) Terrein Asfalt – kiezelbaan – zandweg – rijstvelden (met muurtjes!) – droge en natte rivierbeddingen – keiharde aardeweg met diepe tractorsporen. Voertuig Chinese Yincin 100cc sleurbakjes van ietwat sjofel-nonchalant postuur. Team Yincin piloten Caveman en Houtekont Pitstops Guesthouses en homestay Hoogtepunten Een kleine, iets grotere en een reusachtige grot. De topper is een boottocht door de 7 km lange grot van Kong Lo met haar grillige stalag… (hoe heten die dingen ook weer?). Dit alles temidden prachtige Khammouan karstformaties Sponsors Beer Lao – Toughlick ledercrème.

Kíp khào

Laos, Ban Hat Khai -

De Bundis wonen in een dorpje aan de rand van de Phou Khao Khouay National Protected Area. Het kost wat tijd en moeite, inclusief een lift van een dok-dok, om in Ban Hat Khai te raken. Pa Bundi is de verantwoordelijke voor het eco-project en is maar wat blij met het zongedroogde certificaat aan zijn bamboemuur. Gewapend met zijn English for eco-guides ontvangt hij ons hartelijk in zijn nederig stulpje. Hij toont ons de voorlichtingsposter met de do’s en don’ts van een verblijf in een Lao dorp. Niet dat ik hier topless de rivier zou induiken, de jeugd aan de drugs zou helpen en de glimlachende oude monnik over de bol zou aaien, maar kom. Een voorgelicht man is er drie waard. We zijn voor de gelegenheid getrouwd en hebben jammer genoeg - trieste blik naar de onderbuik – geen kinderen. Er werden in Ban Hat Khai zo’n tiental gidsen opgeleid en een aantal families is voorbereid op de ontvangst van een “falang” in hun midden. Onze bijdrage gaat naar het dorpsfonds, de spaar- en noodkas voor de zestig families die hier wonen. Zo willen ze een alternatief bieden voor de door de, vaak buitenlandse, ketens georganiseerde tours. Het feit dat de enige brug naar Ban Hat Khai het heeft begeven en geen bus hen meer bereikt, komt het project in dit opzicht heel goed uit. Ik heb een donkerbruin vermoeden dat het met die brug nooit meer goedkomt. Gelijk hebben ze.

Alle meisjes en vrouwen van het dorp zijn experts in het maken van kíp khào, de rijstmandjes die zo alomtegenwoordig zijn in Laos. Giechelend om onze nieuwsgierige blik en lens dwingen ze moeiteloos en nauwkeurig de bamboestengels in hun vlechtkeurslijf. Wij gaan op pad voor het betere junglewerk. De gidsen loodsen het bootje vakkundig langs de kronkels van de ondiepe rivier en zandbanken het natuurpark in. We meren aan en begeven ons in de jungle. Het is niet echt om wild van te worden, de reuzebamboes belemmeren een overzicht van het geheel. Lager bij de grond zijn er echter genoeg pareltjes te rapen: mooie zwammen, bizarre witte spinnetjes die wel pluisjes lijken uit hun suikeren naamgenoot, ongelofelijk kronkelende lianen als slingers op een feestje, een grillig netwerk van wortels voor de torenhoge bomen. Aan de Tad Xai vinden we afkoeling van de brandende middagzon een een nekmassage uit de watervaljacuzzi.

Twee kíp khào’s en wederom een ervaring rijker nemen we afscheid van de Bundis en treffen aan de overkant van de brug, die brug-af is, het eerste en enige taxibusje naar “de groote baan”.

Dit schreef Sarah op linkje

Oranje boven

Laos, Vientiane -

Je kent ze wel, de hotelkamers cum balkonnetje met zicht op niets. Nou ja, niets. Laat ons zeggen: met zicht op een muur, wat dakpannen en een diepe stenen kloof tussen twee gebouwen. Niet echt een plek om lekker te zitten, maar wel handig om een wasje te drogen. Tenminste, dat dacht ik toen. Met de broeierige temperaturen van het middaguur en niet het minste spatje wolkentraan in zicht, was ik niet voorbereid op dat ene zuchtje wind. Het is zo, helaas, dat het oranje Mongolië t-shirt in de stenen ravijn is gewaaid en op het golfplaatdakje van de buren is beland. En het is tevens zo dat wederom een nieuw McGyver avontuur zijn aanvang vond.

Lees verder…

Afscheid van de reuzen

Thailand, Bangkok -

Kloksgewijs rond de grote stupa van Boudha wandelen we onze laatste wandeling in Nepal. De ijzeren vogel gunt ons nog een heimweeblik op de magische Himalaya’s, de ware wolkenkrabbers, de reuzen van dit aardse rijk. Ik ga ze, denk ik, af en toe wel missen.

We landen in een stenen jungle en na een helse treinrit in een overvolle laatste klasse wiegt nu de hangmat vredig bij de oever van de Mekong. Ons wacht aan de overkant het luie Laos, het land waar men de rijst hoort groeien.

Dit schreef Sarah op linkje

Heilige bimbam!

Nepal, Kathmandu -

Een bezoek aan Pashupatinath is een vreemde ervaring. Het gebeurt niet alle dagen dat je door de rookpluimen van brandende lijken wandelt. Hier is Nepals heiligste plek voor de hindu’s. Wie hier sterft en wordt gecremeerd kan de cirkel van wedergeboorte doorbreken. Langs de rivier worden op stenen platforms de doden uit de Kathmanduvallei gecremeerd. In alles heerst een voor ons moeilijk te vatten hiërarchie. Hoe hoger de kaste, hoe dichter het platform bij de heilige tempel is gelegen. Maar ook in de vijf elementen heerst een hiërarchie. Water is ondergeschikt aan vuur en dus verdienen de lepralijken, die duidelijk moeten boeten voor een slecht karma uit een vorig leven, niet de vlammen. Ze worden met een steen aan hun been (of wat er van rest) de rivier ingepleurd. Voor mij een hele nieuwe kijk op de wetten van de bacteriologie.

Omdat ik wel eens een ietwat morbide nieuwsgierigheid aan de dag kan leggen, kan ik volgende feiten rapporteren: de gemiddelde crematie duurt zo’n 4 tot 5 uren; het proces wordt versneld met behulp van suiker, olie en kokosnoten; de oudste zoon heeft de eer de lont aan de mond van vader aan te steken; de benjamin mag moeder het vuur aan de schenen leggen. Pas na de crematie mag het eigenlijke rouwproces beginnen. Ook dat gebeurt volgens welbepaalde spelregels. Er worden offers gebracht, de mannen ontdoen hun lichaam van alle (!) haren en dragen gedurende 1 jaar de witte rouwkleur. Vrouwen doen dit, uiteraard, tot het einde der tijden. De jeugd schijnt iets minder zwaar te tillen aan deze laatste regel en durft voor de laatste adem moet gehapt nog wel eens te hertrouwen.

Bij deze heilige plek horen ook de heilige mannen, de zogenaamde saddhu’s. Diegenen die wij mochten ontmoeten, leken hun dagen te slijten in de schaduw bij een transistorradiootje, krantje erbij, een onmogelijke yogapose voor de gretige camera’s en het bijdragebakje voor de copyright-roepies. Eentje leeft op een dieet van koeiemelk, de andere zweert bij zijn chillum, de psychedelische snelweg naar nirvana, nog een andere temt de lusten van zijn elfde vinger door het zeulen van een loodzware steen met betreffend orgaan.

Pashupatinath brengt heel wat los in een mens. Een ding is voor mij duidelijk: religie moet je niet logisch (of bacteriologisch) trachten te verklaren.

Snijden en bakken

Nepal, Bhaktapur -

En ja, gelukt! Al dagen raakten we niet verder dan de bakker om de hoek, de peukenboer aan de overkant van de straat, de kroegen overal en de badkamer op twee beenlengtes van het luie bed. Maar vandaag zitten we op de minibus en gaan we iets doen. We moeten iets bezoeken!

Bij de aankomst in Bhaktapur merk je het al: er rijden amper auto’s, er hangt amper smog en vanop het dakterrasje kijk je neer op een vredige pagode temidden een idyllisch marktplein. Bhaktapur is de stad van de houtsnijders en de pottenbakkers. Het leven gaat hier net iets trager. Om negen uur gaan de lichtjes uit en de snaveltjes toe. Hehe.

Dit schreef Sarah op linkje

De Gandharbas

Nepal -

Tijdens een avondwandelingetje door het toeristenvacuϋm van Kathmandu, ons welbekend als de Hel van Thamel, word je meermaals aangespoord tot het openen van je buidel voor de aankoop van de uiterst onmisbare tijgerbalsems, pashmina sjaals, opiumderivaten en andere randapparatuur die de blanke man schijnbaar niet mag missen. Gelukkig bouw je vrij snel een zekere immuniteit op voor deze aggressieve verkooptechnieken, zodat je met een vrijwel ongeschonden buidel je hotelcel bereikt.

Op één zo’n avondwandelingetje werd ik aangenaam verrast door een uitnodiging voor een gratis (?) concert. Ik dacht nog “eerst zien dan geloven” en volgde de jongeman naar het lokaaltje van de Gandharbas Culture and Art Organization op twee hoog. De gandharbas zijn een kaste (in het officieel kasteloze) Nepal. Zij zijn de barden, de muzikanten, de instrumentenmakers. En ja, je kan de repetities en concerten gratis bijwonen. Omdat een zekere Patrick Maton voor hen reeds een webstek uitwerkte, ga ik hier niet veel verder op in. Ik zou zeggen, ga eens kijken bij Gandharba Culture and Art Organization en, ben je in Kathmandu, spring eens binnen. Ze verkopen – op uiterst non-agressieve wijze – hun leuke CD met Nepalese volksmuziek.

Dit schreef Sarah op linkje

Mañana, of The Hammock Book Reviews

Nepal, Chitwan -

(ochtend) Mooi hier he. Ja. Heel mooi. Straks naar het dorp. Ja. Is goed. Nog even hangmatten. Oh. Straks mag ik in de hangmat he. Ja. Ok. (middag) Wil je de hangmat. Ja. Straks misschien even naar het dorp. Ja. Is goed. (avond) Zullen we nu nog naar het dorp. Of morgen. Morgen kan ook. Laten we morgen. Ok. Doen we. Wil jij terug in de hangmat. Nee. Ik ga even op bed liggen. Dutje doen. Nee. Gewoon even liggen. Ok. Tot straks poekie. Tot straks poekie. Mooi hier he. Ja. Heel mooi.

Kanik Mani Dixit / Adventures of a Nepali frog W.E. Bowman / The ascent of Rum Doodle William Sutcliffe / Are you experienced? David Reed / The Rough Guide to Nepal DBC Pierce / Vernon God Little James Gleick / Chaos : making a new science Kahlil Gibran / The prophet Albert Einstein / Ideas and opinions Sheldon B. Kopp / If you meet the Buddha on the road, kill him! : the pilgrimage of psychotherapy patients

Op wolkjes

Nepal, Pokhara -

Dag vier ga ik een kijkje nemen. Ik hoor al dagen verslagen over inversie, 360, 180, S-bochten en thermiek. Wilde verhalen over concentratie en avontuur. Ik ga dus maar eens een kijkje nemen. De jeep wringt zich in alle bochten naar de bergtop bij Sarangkot. En daar staat ie dan, mijn piloot in spe, mijn superheld, Captain Courageous, boven op de berg omgeven door 8000ers, ver onder ons Phewa Tal. Hij rent vooruit met in zijn kielzog een web van draden en een zeil van hoop. Enkele tellen later is hij één met de lucht en de roofvogels. Wat begon als een verkenningstocht, een proeverij, is ontaard in een streven naar meer: HET attest, vrijgeleide voor verdere vliegpret. Ik blijf op de berg en aanschouw het wonder der aërodynamica, de overwinning op de zwaartekracht. Kees zweeft, Kees glijdt, maakt rondjes, S-bochtjes en landt bijna perfect – één schoen in het natte rijstveld.

Ik hou mijn voeten op de aarde, maar loop op wolkjes tijdens de afdaling van Sarangkot. Het stenen trappad loodst me langs dorpjes, stilstarende buffels, postkaartzichten en lachende kinderen hongerend naar chocola. De blakende zon belet jammer genoeg zulke kadootjes. Ik neem tijd voor een terrasje onderweg en daal langzaam af naar Lakeside.

Terwijl Kees de trucjes van de thermiek verder onder de knie en in de glider krijgt, ga ik drie dagen mediteren. Kundalini, vipassana, no mind, alle gibberish eruit, de chakra’s netjes op een rij tot de spirituele sapjes lekker pruttelen boven het zachtje vuurtje van mijn ziel. Zalig zweven we de dagen door. Nog even en dan gaat het terug richting Chitwan National Park voor een olifantendouche – koud of warm, dat wordt lachen!