Kali Gandaki

Nepal, Kali Gandaki -

En hop! Mijn benen vliegen de lucht in, alle evenwicht is zoek. Voor ik het goed en wel besef moet ik me overgeven aan de genade van de kolkende Kali Gandaki rivier. “Man overboord!”. Ik weet nog dat ik dacht “Kali krijgt me niet klein!” en in een fractie van een seconde haal ik de veiligheidsdril voor de geest. Ik draai me op mijn rug, klem mijn peddel stevig tussen zwemvest en oksel, kijk uit voor rivierrotsen en wacht op de reddende handen van de ploegmaten. Een lachende zucht van opluchting verschijnt op mijn gelaat. Oef! Na deze doop vloeit alles vlotter. Met plezier en vol verwachting kijk ik uit naar de volgende versnelling, de volgende kolk. De adrenaline van de actie, het temmen van de oerangst, dreunt door mijn doorweekte lijf. Een met de kracht van het water. We peddelen in de maat van de watermuziek, dansen op het ritme van het raft.

Paul en Steve (UK), Kate en Pauley (NZ), Kees en ik en onze Nepalese kapitein Wild Purna heersen over het raft. Santos, Kali en Shalik loodsen het voorraadvlot en de redderskayak. Samen brengen we drie dagen door op de Kali Gandaki en haar oevers. We glijden door prachtige ravijnen, langs sprookjeswatervallen en vinden ‘s avonds een paradijselijk strand voor het heldenkamp. Langs de oevers, uit de jungle en vanop de loopbruggen klinken de “namaste”s van de kinderstemmetjes. Ver weg van het stadscircus passeren we dorpjes waar geen bus ooit komt, waar dragers tien uur stappen om voorraad in te slaan, waar Nepal nog iets Nepaleser is. We zwaaien met de peddels, lachen naar de dorpelingen, zoeken de vogels en apen en worden vrolijk van de pracht.

Het is in deze gezellige “Dag wereld!” stemming dat we een kiezelstrand passeren waar een groepje dorpelingen is verzameld. We geven onze aardvrienden uit volle borst onze beste “Namaste!”. Ze staren ons aan. Hier klopt iets niet. Een man lijkt bedeesd terug te zwaaien, of jaagt een vlieg weg van zijn gelaat, dat is niet helemaal duidelijk. Hier klopt iets niet. En dan zien we de tenen van het lichaam. Gehuld in een paars doek ligt op een bedje hout het lijk te wachten op de vlammen. We proberen nog een stamelende “sorry”, maar de rivier heeft ons al voortgedreven en de echo van onze groet is slechts stof in de wind. ‘s Avonds bij het kampvuur smeren we de kelen met bier en de zangmachine komt op gang. In de verte drijft langzaam de as van een man naar de heilige Ganges. De laatste groet heeft hij gehad.

Dit schreef Sarah op linkje

Deugd en dollars

Nepal, Pokhara -

De bus vindt een precaire balans tussen rots, ravijn en rivier en hobbelt na 8 uren het buspark van Pokhara binnen. De lekke band en de twee gekantelde wrakken in de berm onderweg takel je veilig naar een hoekje in je selectieve geheugen, anders ga je nooit meer ergens heen. Lakeside Pokhara is de pretpleister van Nepal. Een rondje roeien, een lijntje vissen, waterzeilen, luchtzeilen, discoyoga, cocktailfietsen, megatrekkings en minitochtjes, het kan hier allemaal. U vraagt, wij draaien!

Laat het nou net ons beider verjaardag zijn en laten we nou net een verlanglijstje klaar hebben, dus draaien maar! - een stevige straal warm water uit een douchekop en of ligbad - een tropisch wit maatpak - een streepje natuurschoon - een oase van luie luxe op comfortabele oogklepafstand - een klaar is kees-alternatief voor de lavabowasjes - wijnproeven en blijven proeven

We verwennen onszelf en elkaar. Het is een bad van deugd en dollars.

Roze bril

Nepal, Pokhara -

Plots ben je het zo zat. Je wordt aangesproken, aangekeken. “Hasj? Opium? Smoke?” of “Please ma’m lookie, no buy, only lookie!” of “me no food”. Je wilt je hoofd keren en snauwen naar het dealerjochie “Zie ik eruit als een junkie dan?”, naar de rimpelverkoopster “Neen, ik wil niet kijken naar jouw oud zilver!” of naar het bedelkind “Heeft je koning geen hapje voor je dan?” Iedereen knikt namaste. Iedereen wil wat van je.

Je bent de kassakoe, de miljonair. Waar je blij om mag zijn, waar je jezelf gelukkig om mag prijzen, wordt een bron van ergernis en ongemak. Je bent geboren in de eerste wereld, loopt lekker staatsgesponsorde vakantie in de derde wereld en haar hongerige blik irriteert je. Het is een doorn in het oog van jouw roze bril. Langzaam sijpelen de statistieken, de nieuwsberichten en de lessen wereldgeschiedenis door tot in alle vezels van je voelen. Jij bent geboren in het rijke westen en je bent de minderheid. Jij bent de welvaart en leeft de zonnige kant van de medaille. Jij bent munt, de ander kop van jut.

Plots ben je het zo zat. Je staat op, kijkt in de spiegel en stelt jezelf de vraag “Zou je met hen willen ruilen?”. Van achter de roze bril bengelt ongemakkelijk de traan van onmacht. Het stille antwoord op een retorische vraag.

Het lied van de krekel

Nepal, Kathmandu -

Chitwan National Park. Ontwaken met de dreunen van de olifanttrompet. Tussen krokodillen in een holle boomstam de jungle binnendrijven. Wandelen in het nest van neushoorns, vogels en apen. De koning te rijk bovenop de olifant schommelend door het groen. Urenlang wiegen in een hangmat bij ons LunTara hutje in het bos, blik op de einderbergen. Urenlang keuvelen bij glaasjes witte wijn en kaarslicht. Urenlang boeken verslinden in het zonnegras. Jack Kerouac, William Sutcliffe en de chaostheorie vliegen door de vingertoppen. Het lijkt wel logeren in een voliere, Out of Africa in het oosten. Waar het nachtelijke lied van de krekel je langzaam wegvoert in een droom ver weg van je klamboebed. Om opnieuw te ontwaken met een slurfconcert. Dit is het leven aan nul per uur. Dit is stilvallen aan de pomp. Perfect timing.

Piekmomenten

Tibet, Yamdrok Tso -

De monniken van het Ganden klooster geven het startschot voor onze wandeling op het Tibetaanse plateau – 60 km van Ganden naar Samye op 4 stapdagen. De yakhoeder op zijn katoenen gympies en de taaie yaks walsen moeiteloos door de ijle lucht en het ruwe terrein. Wij daarentegen moeten elke zoveel stappen met schreeuwende longen halte houden om naar adem te happen en het bonkende hart rust te gunnen. Het is allemaal net iets te steil, te stenig en te hoog. De vooropgestelde 4 tot 5 dagelijkse stapuren worden er al gauw 8. Uitgeteld vallen we ‘s avonds in een vriesvaktent, dankbaar om de welgekome warmte van het ganzenbedje. Vooral op dag twee, langs een steil sneeuwpad, moeten we de limieten van ons uithoudingsvermogen verkennen en reserves aanboren waarvan we niet eens wisten dat we ze hadden. Verkleumd, tandenknarsend maar lichtjes euforisch halen we de Shung Pass op 5250 meter. Vanaf nu gaat het alleen nog bergaf. Ja! En we leven nog. Dubbel ja!

Lees verder…

Adembenemend

Tibet, Lhasa -

Ik kijk vol verwachting uit naar een eerste glimps van Tibet. Het wolkenveld breekt open en mijn geduld wordt beloond met een postkaart uit het vliegtuigraampje Na een trapklim naar twee hoog staan we puffend in onze hotelkamer. Mijn lichaam begint te beseffen dat er iets niet klopt. Om de paar minuten happen de longen naar lucht. Het wordt licht in mijn hoofd en wankel in de benen. De mensmachine draait op een zuurstoftoevoer van 68% en dan kan je de band beter even stilleggen. Ik slaap, rust en doe alles in slow motion.

Het verplichte rondje Lhasa brengt ons naar de machtige Pottala. Ik zag nooit zoveel boeddha’s en beschermgoden in 1001 manifestaties met evenveel armen en ogen. Eens het winterpaleis van de dalai lama’s, nu een Chinees museum, het is een indrukwekkende en prachtige plek. Ook de Johkang tempel en het Sera klooster staan op het lijstje. Het ene oord al heiliger dan het andere voor de talloze diepgelovige Tibetaanse pelgrims. Van alle windstreken doen ze, getooid in kleurrijke klederdracht, te voet of per truck een pelgrimstocht langs de heilige huisjes van hun geloof.

Lees verder…

Constant contrast

China, Chengdu -

Een straatventer met een sikje tovert vredig stilletjes een Chinese melodie uit een mysterieus snaarinstrument. Een jongeling met trendy kapsel kan maar niet kiezen uit het gigantische aanbod ring tones voor z’n gloednieuwe Nokia. Een meterslange schouderstok wordt zorgvuldig in evenwicht gehouden door met fruit gevulde bamboemanden, fietswinkels alom. Een gepoederd meisje flaneert elektrisch langs de winkelboulevards op haar geruisloze roze scooter. De Chinese grootstad is een constant contrast.

De oude Wang An Ting schudde ooit de hand van zijn grootste held Mao. Zijn stoffige huiskamer is tot de nok gevuld met bustes, badges en brolaria van de Grote Roerganger. Een reusachtig wit beeld van Mao blikt vooruit over het Tian Fu Plein, overschaduwd door torenflats en een monsterbouwwerf die nog meer hemelrijzend moois belooft. De eerste treinverbinding met het dak van de wereld is een feit. De Chinese vredesruimtemissie een absoluut succes, aldus bazuint CCTV tot in den treure. En uiterst langzaam duwt de oude man in het park zijn handpalm door de tai chi vorm, helemaal verdiept in de kern van zijn aandacht. Mc Donald’s en KFC naast de hotpot-tent en de kruidendokter. De buidel van de zakenman puilt van het geld, het bakje van de bedelaar rammelt een klaagzang. Het is een vreemde gewaarwording, een broos evenwicht tussen twee werelden.

Je loopt door de scenes van deze bizarre film en probeert elk beeld te registreren. Je tracht jezelf te plaatsen in deze menselijke mierennest. Dat lukt niet altijd. Dan keer ik terug naar de veilige oase van Sim’s Cozy Guesthouse of laat me culinair verwennen in Gourmet Exotique. De Leuvense kok presenteert filet pur met bearnaisesaus, sabayon en een blikje Belgam bij de koffie-met. Even wilde ik me thuis voelen, iets kennen als mijn broekzak. Een ontdekkingsreis naar de herkenning, een constant contrast.

Fragile!

China, Chengdu -

Wij lagelanders hebben de aloude Vlaamsche traditie om niet tot de nok gevulde dozen bij een verhuis of verzending op te vullen met oude kranten en/of tijdschriften. Hetzelfde geldt in meerdere mate zeker voor niet tot de nok gevulde dozen met breekbare inhoud, klasse ‘Fragile!’. Een vrij praktische, milieuvriendelijke en goedkope traditie, zo lijkt me. Ik sta dus bij de China Post met een niet tot de nok gevulde doos met ietwat broze inhoud. Kees gaat wat kranten kopen, bij gebrek aan een spaarzaam zuinig verzamelde voorraad oud papier. Ik wikkel de inhoud van fragiele aard in bedjes van papier en maak vulproppen.

Aan loket 1 kijkt de postbeambte in zijn keurig afgeborstelde semi-militaire plunje afkeurend naar de doos en maakt hoofdschuddend duidelijk dat dit niet door de Chinese beugel kan. Ik kijk verwonderd en wacht op een mogelijke verklaring voor de beugelweigering. “No Chinese newspaper!” Mijn lichtjes gekrenkte Vlaamsche trots verwordt tot een vraagteken op mijn gezicht wanneer ik hem verbaasd aankijk. “No Chinese newspaper outside!”, klinkt het, ditmaal iets norser met een krachtige, stokstijve geuniformeerde hoofd- en armgymnastiek. En stilaan dringt de drieste domper tot me door. Een Chinese krant mag het land niet uit. Wel wel wel. Ik opper nog, ondertussen lichtjes over mijn toerental, “Wij kunnen dit toch niet lezen! Het is allemaal Chinees voor de Belgen!” Maar ik sta voor de grote muur van Bureaucratie. Welkom aan de bierkaai van Protocolaria! De beambte verkoopt me met de glimlach een dikke vette rol toiletpapier voor 1.5 Y. Ik vul de doos met ietwat breekbare inhoud. Een illusie aan diggelen.

Het Grote Niets

China, Xi'an -

Ik had het zowat gehad met de Chinese steden: een opeenvolging van ellelange boulevards volgeladen met would-be westerse winkelcentra, bombastische bankpaleizen, niet-welriekende eetkraampjes en schreeuwende lichtlokpanelen. Waar is de gezelligheid, de rust? Vanmorgen heb ik die gevonden. Om 7u30 kuier ik door het Park van de Revolutie en aanschouw een choreografisch perfect ballet van ochtendmensen in beweging. Hier een enkeling in kungfu pasjes, daar een koppel in een tangoduel, wat verderop een kwartetje badmintonoorlog en een hele groep armenzwierend op een discodeuntje. Ook de waaierdames voeren elegant hun stukje op in dit groene openluchttheater. Zwaarden snijden geluidloos door het Grote Niets – een zee van concentratie, een strand van tai chi rust. Niemand wandelt rechttoe rechtaan. Zelfs al stappend gaan de armen zwaaien, de heupen wentelen, de hoofden draaien. Bejaarde gewrichten plooien volgens de regels van chi qong, de stokoude behendigheid van een jonge geest. Wat een plezier om dit te bekijken. Ik word er vrolijk van. Ook de gekooide vogels worden uitgelaten. Ik had het zowat gehad met de Chinese steden. Gelukkig worden ze hier en daar bevolkt door parkdansers.

De ware Yang

China, Xi'an -

De enige echte meneer Yang zit aan een tafeltje en signeert een boek. In 1974, bij het graven van een nieuwe waterput, haalt meneer Yang een emmer met een hoofd naar boven. Een stenen hoofd. Het stenen hoofd van een terracotta krijger, zo blijkt na nadere archeologische onderzoeken. Meneer Yang is de ontdekker van het terracotta leger en zit nu aan een tafeltje en signeert een boek. Het is ten strengste verboden meneer Yang vast te leggen op de gevoelige plaat. Ik heb een flauw vermoeden dat er morgen een gelijkaardige meneer Yang met eenzelfde brilletje aan eenzelfde tafeltje eenzelfde boek zit te signeren. Hoe dan ook, het archeologische gezwoeg en gezweet heeft zijn vruchten afgeworpen. Er zijn in totaal al zo’n 6000 gebakken figuren opgegraven. Pas in 1994 werd de derde opgraafplaats geopend voor het publiek. Hier moet het blootleggen nog beginnen. Het is vrij indrukwekkend allemaal. En toch wel logisch voor iemand die dacht dat hij in zijn volgende leven opnieuw keizer zou zijn en dus wederom een keizerlijk leger zou behoeven. Het is dezelfde dromer die opdracht gaf tot het bouwen van de Grote Muur. Dat verbaast me niets. In een kleibakkerij wordt ons getoond hoe zo’n terracotta beeldje tot stand komt, maar meer nog wordt ons getoond hoe souvenirs aan de man worden gebracht. Het is 10% atelier, 90% souvenirwinkel. Ook dat verbaast me niets.

Lees verder…

Dit schreef Sarah op linkje